Stichting Erfgoed Buitenplaats Huize Bijdorp
Expositie Huize Bijdorp

Zusters Dominicanessen – Dominicus en Catharina van Siena

Zusters Dominicanessen – Dominicus en Catharina van Siena

Zusters Dominicanessen - Huize Bijdorp

Beeld van Dominicus in de tuin van Huize Bijdorp

Zusters Dominicanessen - Huize Bijdorp

Catharina van Siena, glas in loodraam uit Huize Bijdorp

Zusters Dominicanessen – Dominicus en Catharina van Siena

Dominicus
De Congregatie van de Zusters Dominicanessen van Voorschoten is één van de vele takken van de Orde van Sint Dominicus. Dominicus de Guzmán werd in 1170 geboren in het Spaanse Caleruega. Na zijn opleiding werd hij tot priester gewijd. In 1216 richtte hij een kloosterorde op. Uitgangspunt voor de orde vormde de verkondiging en het ‘heil van de zielen’, dat wil zeggen het levensgeluk van de mensen. De dominicaanse spiritualiteit wordt gekenmerkt door datgene wat overwogen is – door met name studie en gebed – uit te dragen naar anderen. Vanwege het belang dat Dominicus hechtte aan studie stuurde hij broeders naar universiteitssteden in Europa. De orde groeide snel en verspreidde zich in heel Europa in een tijd van enkele tientallen jaren. Dominicus stierf in 1221 in Bologna en werd in 1234 heilig verklaard. Zijn kerkelijk feest wordt jaarlijks gevierd op 8 augustus.

Catharina van Siena
Catharina werd geboren in 1347 in Siena (Italië). Haar vader was lakenverver en een man die veel aanzien genoot in de stad. Op zeer jonge leeftijd kreeg Catharina al visioenen. Zij beloofde maagd te blijven en God te dienen. Toen zij 16 jaar was, koos zij voor een teruggetrokken leven van gebed en boetedoening. Rond 1365 ontving zij het dominicaanse habijt. Ze was 23 jaar oud toen ze haar fysieke cel verliet, maar haar innerlijke cel verliet ze nooit. Ze wijdde zich aan het voeden van de armen en de verpleging van zieken en zondigen wees zij de goede weg. Catharina bleek niet alleen wilskrachtig, maar ook charismatisch te zijn. Er ontstond een netwerk van aanhangers, mannen en vrouwen uit alle lagen van de bevolking. In 1377 stichtte zij een vrouwengemeenschap. Ze stierf in 1380 in Rome. Haar kerkelijk feest wordt jaarlijks gevierd op 29 april.

150 150 Stichting Erfgoed Buitenplaats Huize Bijdorp
Landgoed kaart - Huize Bijdorp

Vogelvluchttekening, omstreeks 1700

Landgoed poort - Huize Bijdorp

Poort aan de Veurseweg

Landgoed - Huize Bijdorp

Landhuis, 1880

Landgoed

Het landgoed Huize Bijdorp verandert vanaf de middeleeuwen tot midden 19e eeuw veelvuldig van eigenaar en elke eigenaar liet zijn sporen na.

Al in de middeleeuwen hoorde het perceel van Huize Bijdorp bij rijke Leidse families. Ooit stond er zelfs een kasteel. Rond 1600 staat vermeld dat Maria en haar echtgenote Joachim Rengers het land, de woning en meerdere schuren, houtopstanden en een boomgaard erfden. Op een kaart uit het landerijenboek uit 1622 is de huidige vorm van Huize Bijdorp al herkenbaar. Het lange smalle perceel wordt begrensd door de huidige Veurseweg (toen Heerweg) en het water van de Vliet.

Johan Pauw de Bije en diens tweede vrouw Anna van Oortshoorn laten hun monogrammen plaatsen in het hekwerk (van rond 1700) aan de Veurseweg: de ineengevlochten letters J.B. en A.O. In de 18e eeuw is de moestuin aan het landgoed toegevoegd. Daarvoor werd een schuur gebouwd dat we nu kennen als het ‘Hans en Grietje huis’.

In de 2e helft van de 19e eeuw kwam Huize Bijdorp in handen van een tabaksteler op Java. Deze eigenaar was de heer mr. Johannes Farensbach. Na zijn overlijden in Lourdes in 1876 verkocht zijn weduwe het landgoed aan de Congregatie van de Heilige Catharina van Siena, zusters Dominicanessen. Deze Congregatie was in 1841 in Rotterdam opgericht door de zusters Pinkers.

Klooster - Huize Bijdorp

Slaapzaal met chambrettes, 1937

Klooster - Huize Bijdorp

Monument in de hal

Klooster - Huize Bijdorp

Zijaanzicht kerk, begin 20e eeuw

Klooster - Huize Bijdorp

Luchtfoto 1931

Klooster, school, pensionaat

Het landgoed Huize Bijdorp veranderde in een klooster, een school en een pensionaat. In 1888 besloot de Congregatie dat dit het moederhuis zou worden. In het moederhuis treden alle zusters binnen. Je kunt de namen van de zusters vinden op het monument in de hal.

De eerste zeven zusters starten al snel een school en een pensionaat voor meisjes op Huize Bijdorp. De meisjes slapen in zogenaamde ‘chambrettes’, met gordijnen afgezette ruimten in een slaapzaal.

Voor de groeiende congregatie is in 1894 gestart met de bouw van een nieuwe kapel op de plaats van een kleine kapel van het landhuis. Je staat nu in de zogenaamde ‘kindergang’. Dit is de gang die de pensionaires (inwonende schoolkinderen) moesten gebruiken om de dienst in de kapel bij te wonen.

In 1919 werd het keukengebouw uitgebreid en verhoogd door toevoeging van slaapkamers van de pensionaires. Tegelijk zijn de keukens op de begane grond vergroot. De kapel kreeg een kleine uitbreiding aan de oostzijde, waardoor het landhuis nog minder herkenbaar bleef. De kapel sloot daarmee rechtstreeks aan op de middengang op de begane grond, nu zonder voorruimte. Tegen de noordzijde van het schip van de kapel is een tweede gang toegevoegd. Deze gangen waren bestemd als rechtstreekse ontsluiting van het transept, waar de banken van de pensionaires stonden. Het schip van de kapel bevatte de koorbanken voor de zusters.

De kroniek van 1894 vermeldt de bouw van een stalgebouw dat in 1921 wordt uitgebreid en in 1930 vernieuwd. De begane grond is verdeeld in een koestal, een middengang, een varkensstal (herbestemd tot kippenhok), paardenstal en koetshuis. Op de verdieping is een hooizolder aanwezig. De stal is nog altijd in gebruik voor de koeien, kalveren en lammetjes. Achter de stal is in 1923 een houten wagenschuur met hooizolder gebouwd. Door de aankoop van het landhuis en de gronden van Huize Bijdorp beschikte de Congregatie over een groot gebied. Het terrein met boomgaard, moestuin, bakkerij en oranjerie maakte het mogelijk dat de congregatie voor een groot deel zelfvoorzienend kon zijn. De producten uit eigen boerderij, tuin en kas werden gebruikt om de maaltijden te bereiden.

In januari 1937 presenteerde de algemeen overste de plannen voor de bouw van een uitbreiding van het complex Huize Bijdorp, bestaande uit een gymnastieklokaal annex toneelzaal, waarboven ‘chambrettes’ voor internen en een refter. Het bestaande pensionaatsgebouw met onderwijslokalen op de begane grond en de slaapzaal op de verdieping moest geheel worden gemoderniseerd. Op 31 december van dat jaar is het gebouw voltooid. In 1938 telde de Congregatie 864 zusters, het hoogste aantal ooit.

WOll - Huize Bijdorp

Nieuw pensionaat na de brand in 1942

Glas-in-loodraam pensionaat 1944-1945

WOll - Huize Bijdorp

Nieuw pensionaat na de brand in 1942

WOll - Huize Bijdorp

Nieuw pensionaat na de brand in 1942

Tweede Wereldoorlog

De Tweede Wereldoorlog was een onrustige tijd. De zusters moesten andere gebruikers op Huize Bijdorp dulden en moesten in 1943 het klooster verlaten om in juli 1945 pas weer terug te komen.

De MMS zoals de school heette, middelbare meisjesschool, ontving subsidie van het Rijk. Dat betekende dat de overheid het voor het zeggen had toen er tijdens de Tweede Wereldoorlog ruimte werd gezocht om 350 soldaten onder te brengen. Zo goed en kwaad als het ging, bleef de school open en volgden de zusters hun dagelijkse routine.

De Duitse bezetter nam het nieuwe pensionaat in. De nacht van 22 op 23 juli 1942 bracht nog meer onheil: een uitslaande brand in het nieuwe pensionaat. Dit bleek veroorzaakt door een Duitse soldaat die in bed had liggen roken. Grote delen van het gebouw had roet-, rook- en waterschade. Daar kun je zelfs op de vliering nog sporen van vinden!

In 1943 moesten de zusters het klooster verlaten omdat toen het gehele gebouw gevorderd werd voor de inkwartiering van ongeveer 500 Duitsers. De zusters verlieten het klooster en namen zoveel mogelijk van hun bezittingen mee en de kapel werd verzegeld. Het klooster was niet alleen deels uitgebrand, maar ook uitgewoond en sterk vervuild.

Toch heeft een aantal zusters de school op Huize Bijdorp in de oorlogsjaren 1944-1945 doorgezet. De oom van Zr. Angelique Dolle (die op Huize Bijdorp naar school is gegaan en later hier is ingetreden) nam hiervoor het initiatief. Het was hem een doorn in het oog dat de kinderen op straat rondhingen. Hij vond een aantal zusters bereid om de school open te houden. Uit dank hiervoor is na de oorlog een glas-in-lood raam door de inwoners van Voorschoten aan de congregatie geschonken. Dit raam werd tussen twee andere glas-in-loodramen geplaatst in het trappenhuis van het pensionaat. De erfpachter heeft laten weten dat dit raam een plaats krijgt in de nieuwbouw van het Kloosterhof.

Pas na een uitgebreide schoonmaak en herstel konden de zusters op 5 juli 1945 hun klooster weer in gebruik nemen.

2e helft 20e eeuw - Huize Bijdorp

Zusters op voorterrein van Huize Bijdorp in 1964

Recreatiebungalow 'Ons Uitzicht``

Zorg op Huize Bijdorp

Zorginstelling op Huize Bijdorp

2e helft 20e eeuw

De roerige jaren zestig laten hun sporen achter in het klooster. Er heerste verwarring en verdeeldheid en er treden veel zusters uit. Veranderingen druppelden binnen de kloostermuren en de leken namen de taken over in onderwijs en zorg.

Op het voorterrein van Huize Bijdorp is in 1964 een recreatiegebouw of bungalow gebouwd, dat diende als vakantieverblijf overdag voor zusters uit de verschillende kloosters van de Congregatie. Op de tweede verdieping van het noviciaat werden de oude cellen (van het H. Hart dormitorium) weggebroken en 25 kamertjes als slaapgelegenheid voor de gasten van de bungalow gebouwd. Het gebouw draagt de naam ‘Ons Uitzicht’; de steen is gemaakt door Zr. Euphrasia Valk.

Aan het einde van de jaren zestig vonden aanpassingen plaats in het onderwijsstelsel. Dat had tot gevolg dat veel scholen werden samengevoegd, geherstructureerd en opnieuw ingericht. In Voorschoten werd besloten om de MMS Bijdorp samen te voegen met het St. Lucascollege. De opheffing van de MMS Bijdorp vond plaats in 1972. Dit was aanleiding voor een herbestemming en grondige verbouwing van het nieuwe pensionaat in de periode 1972-1974, waarbij op de eerste verdieping en zolders individuele slaapkamers voor kloosterzusters zijn gemaakt. De eerste verdieping van de oostvleugel werd opgedeeld in kantoren voor het bestuur (bestuursafdeling).

In 1977 is naast de begraafplaats een mortuarium gebouwd, een eenvoudig gebouw met een tentdak. De laatste (grote) uitbreiding van het Huize Bijdorp was de bouw van het gebouw ‘Haagdorp’ in 1978 tegen de oostelijke kop van het noviciaat. De aanleiding hiervoor was de sluiting van de communiteit van het Sint-Thomasklooster uit Den Haag.

Het oude pensionaat bleef nog tot 1984 in gebruik als een nevenvestiging van het St. Lucas-college. Nadien kwam het gebouw leeg te staan. Het noviciaat werd in de periode 1973-1975 herbestemd tot kloosterbejaardenoord ‘Oud Bijdorp’. Appartementen zijn ingericht op de eerste verdieping en zolder, gecombineerd met vernieuwing van vensters en dakkapellen. In de jaren zeventig en tachtig hebben ook diverse moderniseringen in het landhuis, entreegebouw en keukengebouw plaatsgevonden. Meest opvallend in het landhuis zijn de inrichting van een nieuwe recreatiezaal en kamer van de algemeen overste en de vernieuwing van de veranda in 1980. In 1995-1996 zijn de leegstaande lokalen op de eerste verdieping en de zolders in het pensionaat en nieuwe pensionaat herbestemd en heringericht tot woon- en verpleegeenheden in het klooster- en bejaardenoord Huize Bijdorp door zorgorganisatie Marente. Dat werd de nieuwe functie van het complex.

Congregatie - Huize Bijdorp

Bijwonen van een dienst vanaf het balkon in de kapel

Congregatie - Huize Bijdorp

Een dienst in de kapel

Congregatie - Huize Bijdorp

Op de begraafplaats van Huize Bijdorp

Voltooiing van de Congregatie

In de 21e eeuw daalde het aantal zusters op Huize Bijdorp en tegelijkertijd steeg de gemiddelde leeftijd tot over 90 jaar. Het aantal zorgbehoevende zusters nam toe en de zusters konden zelf niet meer voldoende zorg bieden aan de oude en zieke zusters van hun Congregatie. Het was tijd om keuzes te maken.

De vergrijzing van de Congregatie nam toe. Als zusters de pensioengerechtigde leeftijd bereiken, hoeven zij niet meer buitenhuis te werken. Zij blijven in het klooster en nemen de zorg voor elkaar op zich en dragen naar vermogen bij om het religieuze gemeenschapsleven vorm te kunnen blijven geven. Als de zusters met pensioen gaan, wil dat niet zeggen dat ze niets meer doen voor de medemens. Vaak bieden de zusters een luisterend oor aan of zijn actief in vrijwilligerswerk. Sommige zusters breien en haken voor de missie; anderen schilderen of maken kaartjes. De verkoopopbrengst gaat naar goede doelen.

Veel zusters kwamen vanuit de verschillende vestigingen in Nederland en de Antillen terug naar het moederhuis op Huize Bijdorp. Een deel van Huize Bijdorp werd verhuurd aan de zorginstelling Marente, zodat zij bij elkaar konden blijven.

In maart 2018 organiseerde het Congregatiebestuur een studiedag. Dit leidde tot een religieus kompas om de waarden uit het verleden richting te laten geven voor de keuzes voor de toekomst van Huize Bijdorp. De Congregatie zou naar voltooiing toewerken. Dat betekende dat er geen nieuwe zusters meer werden aangenomen.

Toekomst - Huize Bijdorp

Samen werken in de plangroep

Toekomst

Het was voor de zusters niet meer mogelijk om het onderhoud aan het terrein en de gebouwen te betalen. Voor de zusters was het duidelijk geworden: in Huize Bijdorp, het moederhuis van de Congregatie, wilden de zusters zelf het licht uitdoen terwijl waar zij voor stonden vervolgens op een nieuwe manier zou worden doorgegeven. Er moest een plan komen.

Allereerst is er uitgebreid bouwhistorisch en tuinhistorisch onderzoek gedaan naar Huize Bijdorp. Al deze rapporten zijn als download beschikbaar.

Met de gemeente is gewerkt aan een paspoort voor de toekomst van Huize Bijdorp dat noemen we de ID-card. De kernwaarden die daarin staan omschreven, zijn: zingeving, nabij zijn, jong & oud, natuurlijk en geborgenheid. Op de andere wand in deze gang, worden deze kernwaarden nader toegelicht.

Samen met de gemeente, adviseurs, omwonenden en belangstellenden is een spelregelkaart gemaakt dat later werd vertaald in een bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan. Een nieuwe eigenaar (deze krijgt het eigendom na 30 jaar erfpacht) werd gevonden: de investeerder De Vrije Blick die samenwerkt met projectontwikkelaar City Beats. Op 11 januari 2023 droeg de algemeen overste Zr. Regina Plat de sleutel van Huize Bijdorp over.

De zusters hebben een erfgoedstichting in het leven geroepen om hun belangen gedurende die 30 jaar te behartigen. De erfgoedstichting houdt een oogje in het zeil bij de transformatie van Huize Bijdorp en zorgt zelf voor de restauratie van de bijgebouwen zoals de oranjerie, de kapschuur, de boerderij en de tuinmuren. Daarnaast dragen ze de zorg om het immaterieel erfgoed van de Congregatie te behouden en toegankelijk te maken.

Tekening Zr Pinkers

Zr. Catharina Pinkers

Ontstaan van de Congregatie

Twee zusters uit Rotterdam hebben het zaadje geplant dat zou uitgroeien tot de Congregatie van de zusters Dominicanessen van de Heilige Catharina van Siena, zusters Dominicanessen te Voorschoten. Dit zijn Lucia Pinkers (1808-1890) en Maria Elisabeth Pinkers (1812-1848). In de beslotenheid van het katholieke gezin leren de zusters Pinkers van hun ouders godsdienst, lezen, schrijven en vooral handwerken. Zij hebben oog en hart voor de armoede en ongelijkheid in de samenleving en ze willen daar wat aan doen. Ze richten met de hulp van dominicaan pater J. Raken een congregatie op in Rotterdam. Lucia werd Zr. Catharina, maar werd moeder Pinkers genoemd. De liefdewerken van onderwijs, zieken- en bejaardenzorg werden in de loop der jaren uitgebreid met kinderbescherming, pastorale zorg en maatschappelijk werk.

In 1876 verkoopt Lucia Kervel, weduwe van de heer mr. Johannes Fredericus Fahrensbach, een schatrijke tabaksteler op Java, het landhuis Huize Bijdorp aan de Congregatie. Dit wordt uiteindelijk het moederhuis van de congregatie.

Zusters Dominicanessen - Huize Bijdorp

Beeld van Dominicus in de tuin van Huize Bijdorp

Zusters Dominicanessen - Huize Bijdorp

Catharina van Siena, glas in loodraam uit Huize Bijdorp

Zusters Dominicanessen – Dominicus en Catharina van Siena

Dominicus
De Congregatie van de Zusters Dominicanessen van Voorschoten is één van de vele takken van de Orde van Sint Dominicus. Dominicus de Guzmán werd in 1170 geboren in het Spaanse Caleruega. Na zijn opleiding werd hij tot priester gewijd. In 1216 richtte hij een kloosterorde op. Uitgangspunt voor de orde vormde de verkondiging en het ‘heil van de zielen’, dat wil zeggen het levensgeluk van de mensen. De dominicaanse spiritualiteit wordt gekenmerkt door datgene wat overwogen is – door met name studie en gebed – uit te dragen naar anderen. Vanwege het belang dat Dominicus hechtte aan studie stuurde hij broeders naar universiteitssteden in Europa. De orde groeide snel en verspreidde zich in heel Europa in een tijd van enkele tientallen jaren. Dominicus stierf in 1221 in Bologna en werd in 1234 heilig verklaard. Zijn kerkelijk feest wordt jaarlijks gevierd op 8 augustus.

Catharina van Siena
Catharina werd geboren in 1347 in Siena (Italië). Haar vader was lakenverver en een man die veel aanzien genoot in de stad. Op zeer jonge leeftijd kreeg Catharina al visioenen. Zij beloofde maagd te blijven en God te dienen. Toen zij 16 jaar was, koos zij voor een teruggetrokken leven van gebed en boetedoening. Rond 1365 ontving zij het dominicaanse habijt. Ze was 23 jaar oud toen ze haar fysieke cel verliet, maar haar innerlijke cel verliet ze nooit. Ze wijdde zich aan het voeden van de armen en de verpleging van zieken en zondigen wees zij de goede weg. Catharina bleek niet alleen wilskrachtig, maar ook charismatisch te zijn. Er ontstond een netwerk van aanhangers, mannen en vrouwen uit alle lagen van de bevolking. In 1377 stichtte zij een vrouwengemeenschap. Ze stierf in 1380 in Rome. Haar kerkelijk feest wordt jaarlijks gevierd op 29 april.

Zusters Dominicanessen - Huize Bijdorp

Inkleding postulanten

Zusters Dominicanessen - Huize Bijdorp

Nieuwe novicen in de kapel

Zusters Dominicanessen - Huize Bijdorp

Professie

Zusters Dominicanessen – Van intreden tot zuster

Velen jonge vrouwen werden aangetrokken door de spiritualiteit van de Congregatie. Het was ‘ora et labora’, bid en werk. In de dominicaanse traditie is dit vertaald naar ‘contemplare alliis tradere’: het overwogene aan anderen meegeven. Zo hebben de zusters ernaar gestreefd de bezieling uit te dragen in de taak waartoe zij geroepen zijn. Dat betekende in gemeenschap leven, bidden en werken. Het werken vond plaats in de zorg en in het onderwijs, later ook in het maatschappelijke werk.

In het moederhuis op Huize Bijdorp zijn de zusters met hun vorming gestart. Eerst een half jaar postulaat, vervolgens een jaar noviciaat. Het noviciaat begint op de dag van de inkleding. De novice ontvangt dan het habijt, witte sluier en haar kloosternaam. Het is ook een jaar van studie, huishoudelijk werk en een intensief geestelijk leven. Na dit jaar mag de jonge zuster de religieuze geloften, de tijdelijke geloften, van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid afleggen voor drie jaar en ontvangt zij de zwarte sluier. Ze wordt uitgezonden om te werken en het geloof uit te dragen. Dat gebeurde bij vestigingen van het klooster: school, bejaardenhuis of ziekenhuis in Nederland of op de Nederlandse Antillen. Als de drie jaar van haar tijdelijke geloften verstreken zijn, komt ze naar het Moederhuis terug om haar eeuwige geloften af te leggen. Dit proces duurt minimaal zeven jaar.

Na de oorlog heeft de Congregatie een boekje gemaakt met de titel ‘Als God roept!…, sit pax intrantie (gezegend wie binnenkomt). Hier wordt in woord en beeld verteld over de idealen van de Congregatie en het apostolisch werk waaraan de zusters hun leven hebben gewijd. Zo konden de intredende zusters een beeld krijgen van wat hun te wachten stond.

2e helft 20e eeuw - Huize Bijdorp

Zusters voor het klooster in Schiedam

Ontstaan congregatie

Congregatie

Bijna alle kloostergemeenschappen kiezen hun overste en hun bestuursleden in een democratische procedure die het kapittel wordt genoemd, zo ook in Voorschoten. Tijdens het kapittel leggen de bestuursleden aan kapittelzusters verantwoording af voor de afgelopen jaren en wordt er een koers bepaald voor de komende periode. Het kapittel is een meerdaagse bijeenkomst waarbij tevens de nieuwe bestuursleden worden gekozen. Een algemeen overste wordt zorgvuldig gekozen, passend bij het toekomstig beleid. Het meest recente kapittel vond plaats in juni 2026.

Zoals al eeuwenlang in de kloosters gebruikelijk is, bidden ook de dominicanessen het koorgebed. De dag begint in de kapel met het morgengebed, oftewel lauden. Op het morgengebed volgt de Eucharistieviering. Afhankelijk van of de werkzaamheden het toelaten, bidden de zusters op het middaguur het daggebed met het gebed ‘De engel des Heren’ en voor het souper het avondgebed. De dag wordt afgesloten met de completen gevolgd met een processie waarin ter ere van Maria het Salve Regina wordt gezongen. ’s Morgens en ’s middags zijn er recreatietijden; dit zijn gezamenlijke momenten van ontspanning.

De zusters leven samen naar het ritme van het kerkelijk jaar. De bezinningstijden zoals Advent en de Veertigdagentijd bereiden voor op de grote feesten zoals Kerstmis, Pasen en Pinksteren. Hoewel de stiltebepalingen (het silentium) niet meer van toepassing zijn, kennen de zusters nog altijd tijden van retraite en recollectiedagen. Gedurende deze dagen is stilte gewenst. Zo ingetogen als die momenten zijn, zo feestelijk zijn de hoogtijdagen. Naast de grote kerkelijke feesten, worden de eigen feesten van de Congregatie uitgebreid samen gevierd: de professiefeesten van jubilerende zusters op 29 april Heilige Catharina van Siena; 24 mei stichting van de Congregatie en 8 augustus Heilige Dominicus.

Congregatie - Huize Bijdorp

Werken in de verpleging

Congregatie - Huize Bijdorp

Werken in het onderwijs

Congregatie - Huize Bijdorp

De wasserij op Huize Bijdorp

Zr. Baptiste gaat voor in de eucharistieviering

Congregatie - Huize Bijdorp

Breien aan de koffietafel

Werkzaamheden

De werkzaamheden van de zusters waren vooral gericht op zorg en onderwijs. Ook werd en in het pastoraat gewerkt: er werd gepreekt en de zusters zijn dan nauw betrokken bij de meest belangrijke momenten in een mensenleven: bij de doop, de eerste communie, het vormsel, het huwelijk en bij ziekte en sterven. Daarnaast moesten er allerlei werkzaamheden in het moederhuis worden gedaan. Niet alleen moest de congregatie worden bestuurd, er moest ook worden gekookt en gewassen. De congregatie was lang zelfvoorzienend, wat betekende dat de eigen tuin, kassen en boomgaard moesten worden onderhouden en dat er werd geoogst.

Van oudsher betrof de zorg vooral wezen en ouderen (ook weduwen). Later werd dit uitgebreid met wijkverpleging en het werken in ziekenhuizen en een sanatorium. Met het ouder worden van de eigen congregatie ontstond ook de bejaardenzorg voor de eigen zusters. Naast de zorg stond onderwijs centraal. Er werd gestart met het geven van naailes. Al snel werd dit uitgebreid met onderwijs op lagere scholen en zogenaamde fröbelscholen. Dit was de voorloper van de bewaarschool dat wij nu kennen als kleuterschool. Het vervolg op de lagere school was de mulo (of ulo), dat stond voor meer uitgebreid lager onderwijs. Het ontstond door de invoering van de onderwijswet in 1857 en werd afgeschaft met de Mammoetwet in 1968. Naaischolen werden later vakscholen voor meisjes. Eind 19e eeuw werden ook Montessorischolen opgezet voor lager en voortgezet onderwijs.

Per 1 maart 1941 is de MMS (middelbare meisjesschool) wettelijk erkend. Dat hield wel in dat er lekenonderwijzers aangetrokken moesten worden voor de vakken die de zusters niet konden geven. In 1972 vond de laatste examenzitting plaats van de MMS Bijdorp, waarbij alle 33 kandidaten geslaagd bleken te zijn. Het was de laatste zitting in deze setting, omdat de MMS vanaf dat moment in het St Lucascollege werd voortgezet. De MMS had 34 jaar bestaan sinds de oprichting in 1938, waarbij 902 eindexamens met goed gevolg zijn afgelegd. Slechts 44 leerlingen hebben de eindstreep niet gehaald.

Op 11 oktober 1962 opent Paus Johannes XXIII het Tweede Vaticaans Concilie. De inzet van het concilie is het ‘aggiornamento’, het bij de tijd brengen van de katholieke kerk. De gesloten katholieke zuil wordt opengebroken. Waar religieuzen ooit onmisbaar waren voor het onderwijs, komen er steeds meer gekwalificeerde leken voor deze onderwijstaken beschikbaar. Dit maakte hen in dit werkveld overbodig. Religieuzen zijn van oudsher ook verbonden geweest aan de zorg, maar uiteindelijk raken ze ‘uit de tijd’. Ze gingen zich richten op pastoraal en maatschappelijk werk. Uiteindelijk stoppen veel religieuzen met het dragen van een habijt en stappen over naar burgerkleding. Zo ook de Congregatie van de Heilige Catharina van Siena. Het habijt wordt alleen gedragen op feestdagen en bij begrafenissen.

Het pastoraat is pas heel laat een van de liefdewerken van deze Congregatie geworden. Het hoorde niet bij de apostolische taken, zoals zorg en onderwijs. Wèl verleenden de zusters als vrijwilligster hun diensten in de diverse parochies en geloofsgemeenschappen, maar een professionele plaats in het pastoraat – na een afgeronde theologiestudie – werd pas mogelijk nadat de theologiestudie werd opengesteld voor vrouwen in de zestiger jaren. Het was in die tijd dat de vrouwen hun eigen weg gingen zoeken in de Kerk. De congregatie stond open voor die weg en voor de noodzaak van professioneel opgeleide krachten in de parochies. Eigenlijk kwam de mogelijkheid tot theologiestudie voor de congregatie wat laat en waren de meeste zusters al op leeftijd. Toch is er een mooie samenwerking ontstaan met vooral Dominicaanse parochiepastores of pastores in instellingen en verpleeghuizen.

Van harte zullen ze zeggen: “Pastoraat is een prachtig beroep, de bron aanboren van waaruit mensen leven, de overvloed die de bron geeft, zelf verder dragen, ervan leven, samen met anderen, gedragen door  anderen”.

De liturgie (de vaste orde van dienst of het geheel van voorgeschreven rituelen, gebeden, lezingen en handelingen tijdens een christelijke eredienst) is niet specifiek voor deze orde, maar er zit wel een Dominicaanse tint aan. Het is puntig en vrij kort. Dominicanen houden niet van ellenlange gebeden. Er is van verschillende Latijnse gezangen een eigen Dominicaanse melodie, die al in de tijd van Dominicus opgepakt is en doorgegeven. Salve Regina (Wees Gegroet Koningin), een antifoon aan Maria, heeft een eigen Dominicaanse versie. Die wordt altijd gezongen als een zuster of broeder stervende is en ook bij uitvaarten. Het is een Dominicaanse gewoonte.

De liturgie wordt voortdurend ontwikkeld en aangepast aan de tijd. Op Huize Bijdorp geeft één van de zusters de eerste lezing en een ander doet de voorbeden. Eén zuster zet de lezingen op een rij en zorgt dat er boekjes zijn, iedere zondag. Toen er geen broeders meer waren als voorganger bij de eucharistievieringen, is dat door een zuster van de Congregatie overgenomen, Zr. Baptiste. Bij bijzondere gelegenheden zijn er andere voorgangers, priesters of soms de bisschop. Het orgel wordt tijdens de vieringen door een eigen zuster bespeeld, Zr. Angelique.

Als zusters de pensioengerechtigde leeftijd bereiken, hoeven zij niet meer buitenhuis te werken. Zij blijven in het klooster en nemen de zorg voor elkaar op zich en dragen naar vermogen bij om het religieuze gemeenschapsleven vorm te kunnen blijven geven. Vele zusters kwamen terug naar het moederhuis van de zusters in Voorschoten. Op een bepaald moment was het voor de zusters niet meer mogelijk om voldoende zorg te bieden aan de oude en zieke zusters van hun Congregatie. Een deel van Huize Bijdorp werd verhuurd aan de zorginstelling Marente. Op deze wijze kon de Congregatie bij elkaar blijven op Huize Bijdorp.

Als de zusters met pensioen gaan, wil dat niet zeggen dat ze niets meer doen voor de medemens. Vaak bieden de zusters een luisterend oor aan of zijn actief in vrijwilligerswerk. In 2020 hebben zij Oekraïense vluchtelingen in huis genomen. Sommige zusters breien en haken voor de missie; anderen schilderen of maken kaartjes. De verkoopopbrengst gaat naar goede doelen.

Vestigingen - Huize Bijdorp

Het Sint Rosaklooster in Amsterdam, Hagedoornplein 6. Stichtingsdatum 1927 – Opheffingsdatum 1994.

Vestigingen - Huize Bijdorp

De Sint Rosaschool – Lagere onderwijs in Amsterdam, Wingerdweg 6. Van 1925 tot ongeveer 1985.

Vestigingen - Huize Bijdorp

Saint Maria-Convent op Aruba Stichtingsjaar 1910 – Opheffingsjaar 1979

Vestigingen

De Congregatie groeide snel doordat eind 19e en begin 20e eeuw veel meisjes en vrouwen zich aanmeldden om in het klooster in te treden. Dat leidde enerzijds tot een groei van het noviciaat, pensionaat en school op Huize Bijdorp en anderzijds tot de stichting van nieuwe kloosters in Nederland en in de West (Nederlandse Antillen). In totaal zijn er 38 kloosters door de Congregatie gesticht. In 1938 telde de congregatie 864 geprofeste leden, het hoogste aantal dat ooit is bereikt. In 2024 zijn er nog 20 zusters dominicanessen op Huize Bijdorp.

Zusters vertellen

Film Zusters in beeld en woord

Zusters in beeld en woord

In 2023 zijn de zusters Regina Plat, Liduina Groenewegen, Angelique Dolle en Pauline Haverkamp van de Congregatie geïnterviewd door de organisatie Monument & Verhaal. Deze film maakt onderdeel uit van een serie over landgoederen in Zuid-Holland.

In 2024 en 2025 zijn er door Monument & Verhaal filminterviews gemaakt van de zusters Regina Plat, Liduina Groenewegen, Angelique Dolle, Baptiste Tuin, Josephina Burger en Pauline Haverkamp.

Er is van een aantal zusters in 2024 een film portret gemaakt

Film Zr. Regina Plat

Film Zr. Regina Plat

Film Zr. Pauline Haverkamp

Film Zr. Pauline Haverkamp

Film Zr. Liduina Groenewegen

Film Zr. Liduina Groenewegen

Film Zr. Josephina Borger

Film Zr. Josephina Borger

Film Zr. Baptiste Tuin

Film Zr. Baptiste Tuin

Film Zr. Angelique Dolle

Film Zr. Angelique Dolle

Muziek

Muziek is een belangrijk onderdeel in het leven van de zusters. Hier zijn verschillende muziekstukken die voor deze Congregatie van belang zijn.

Klokkengelui van Liturgie Tolosane des Frères Precheurs, Studio SM 3 r Nicolas Chuquet, Paris

Klokkengelui bij een klooster markeert het vaste dagritme van de congregatie. De klokken worden geluid om de zusters op te roepen voor de vaste gebedstijden, gemeenschappelijke maaltijden en het werk, om zo structuur en bezinning in de dag aan te brengen.

Salve Regina

Antifoon tot Maria, waarmee de zusters en broeders iedere avond hun koorgebed afsluiten (vroeger met een kleine processie) Ook als de levensweg van een zuster of broeder ten einde loopt, wordt deze antifoon ‘Salve Regina’ gezongen door de communiteit bij het sterfbed.

Lied; ‘Licht dat ons aanstoot in de morgen’

Dit  ‘Lied aan het licht ‘  is een krachtige sterke tekst, waarin het licht wordt ervaren als de dragende grond onder ons bestaan, maar ook als een visioen van God – Jezus ? – de ‘Liefste der mensen’.
Huub Oosterhuis/ Muziek Antoine Oomen

Lied ‘De vreugde voert ons naar dit huis’

Dit lied wordt vooral gebruikt als intocht- of openingslied bij liturgische vieringen, omdat de tekst uitnodigt om samen te komen. Het lied is niet alleen een lofzang op het kerkgebouw zelf, maar vooral op wat er in die kerkgemeenschap gebeurt: mensen die samen het woord van God ontvangen, bidden, zingen en gevoed worden, en die daarmee in de tijd worden gedragen door Gods blijvende kracht.
Tekst: Sytse de Vries/ Melodie Willem Vogel

Ubi caritas

‘Daar waar liefde is en vrede, daar is God’. De liturgische muziek van Taizé komt uit de oecumenische kloostergemeenschap van Communauté de Taizé in Taizé. Deze gemeenschap werd in 1940 gesticht door Frère Roger. De liturgie is eenvoudig en meditatief; veel herhaling en meertalig. Vooral jongeren worden erdoor geraakt.

Magnificat

‘Mijnziel maakt groot de Heer’. De eeuwen door wordt het in kloosters en abdijen gezongen tijdens het avondgebed: de lofzang van Maria. Eigenlijk is het een protestlied: dwars tégen man en macht. En tegelijk is het een lied van hoop – toekomstmuziek.
Landgoed - Huize Bijdorp

Landhuis, 1880

Slavernijverleden

Het slavernijverleden raakt ook Huize Bijdorp. De eigenaar in de tweede helft van de 19e eeuw, mr. Johannes Fahrensbach, was tabaksteler op Java. Hij heeft opdracht gegeven voor de bouw van het landhuis op Huize Bijdorp.

De doorwerking van het slavernijverleden is te vinden in de Nederlandse Antillen. De Congregatie had daar een aantal vestigingen, te weten op Curacao, Aruba, St. Eustatius en Saba.

De Koninklijke Bibliotheek is doende met een digitaliseringsproject rond (de doorwerking van) het slavernijverleden in de Antillen en Suriname. In het archief van Huize Bijdorp, in het erfgoedcentrum van het kloosterleven in St. Agatha, is relevante informatie ontdekt. Het archiefmateriaal (ook films en cassettes) wordt door restauratieateliers in opdracht van de Koninklijke Bibliotheek gedigitaliseerd. In de loop van 2027 zullen de betreffende archieven van Huize Bijdorp te vinden zijn.

Zie hiervoor: https://www.metamorfoze.nl/financiering/slavernijverleden-digitaal