
Zr. Catharina Pinkers
Ontstaan van de Congregatie
Twee zusters uit Rotterdam hebben het zaadje geplant dat zou uitgroeien tot de Congregatie van de zusters Dominicanessen van de Heilige Catharina van Siena, zusters Dominicanessen te Voorschoten. Dit zijn Lucia Pinkers (1808-1890) en Maria Elisabeth Pinkers (1812-1848). In de beslotenheid van het katholieke gezin leren de zusters Pinkers van hun ouders godsdienst, lezen, schrijven en vooral handwerken. Zij hebben oog en hart voor de armoede en ongelijkheid in de samenleving en ze willen daar wat aan doen. Ze richten met de hulp van dominicaan pater J. Raken een congregatie op in Rotterdam. Lucia werd Zr. Catharina, maar werd moeder Pinkers genoemd. De liefdewerken van onderwijs, zieken- en bejaardenzorg werden in de loop der jaren uitgebreid met kinderbescherming, pastorale zorg en maatschappelijk werk.
In 1876 verkoopt Lucia Kervel, weduwe van de heer mr. Johannes Fredericus Fahrensbach, een schatrijke tabaksteler op Java, het landhuis Huize Bijdorp aan de Congregatie. Dit wordt uiteindelijk het moederhuis van de congregatie.













































